The Lardon Company
The Lardon Company

Imro en zijn broer Ramon Beuk in interview in HP De Tijd

Imro en zijn broer Ramon Beuk in interview in HP De Tijd  In 1975 vestigde het gezin Beuk, zeven kinderen rijk, zich in Zeist. “We gaan naar Nederland,” hadden hun ouders gezegd. “Het is daar koud.” Meer voorbereiding was niet nodig. En het wás koud. Naar buiten gaan werd iets om over na te denken. “We hadden een stappenplan,” vertelt Ramon. “Eerst de temperatuur voelen, daarna lagen kleding aandoen.”

Er was meer waar ze aan moesten wennen. “Kom je uit Afrika?” riepen kinderen hun na. Ook werd gevraagd of ze in een hut in de jungle woonden. Maar in Suriname woonden ze in een huis, een groot huis. In hun herinnering tenminste. Imro: “Toen ik het later terugzag, vond ik het toch klein. Er was een kamer waar de drie meisjes sliepen, eentje voor de jongens, en er was een tuin met honden. Dat was het wel zo’n beetje.”

Hun ouders hielden de kinderen voor dat ze ooit terug zouden gaan. Dat het verblijf in Nederland tijdelijk was. Ramon telde de jaren: “Nu ben ik al één jaar niet in Suriname. En nu twee.” Op zijn achtste, toen de teller op vier stond, besefte hij: ik ben nu net zo lang in Nederland als ik in Suriname was.

Hun vader ging al na een paar jaar terug. De rest van het gezin bleef in Zeist, hun leven had hier vorm gekregen. De kinderen gingen naar school, hadden vriendjes en vriendinnetjes. Hun moeder werkte in de zorg. Er waren hier kansen die Suriname niet bood: een opleiding, een goed leven.

Hun vader werd een herinnering die bevroor in hun gedachten. Contact was er, maar spaarzaam en telefonisch. “Hij was geen prater,” zegt Ramon. “Ik vind het jammer dat we nooit als volwassen mannen met elkaar hebben kunnen spreken.”

Toen de broers tien jaar geleden hoorden dat hun vader was overleden, vroegen ze zich af of ze naar de begrafenis in Suriname zouden gaan. Imro besloot dat dit het moment was om terug te keren. Toen hij bij de kist stond, zag hij daarin een oude versie van de man die hij zich herinnerde. Het was vreemd, maar ook goed zo. Ramon: “Ik moest kiezen tussen de begrafenis van de vader die ik niet meer kende en de geboorte van mijn dochter die ik wilde leren kennen.” Hij koos voor het laatste.

Ramon en Imro bleken een halfboer te hebben, Giovanni. “De geruchten waren er altijd geweest,” zegt Imro. “Bij de begrafenis kregen we die bevestigd.” Keken ze op van die ontdekking? Nou, ze moesten er wel even aan wennen. Maar, zegt Imro lachend: “Het valt nog mee dat hij maar één extra kind heeft gekregen. Hij was toch een Surinamer?” Voor de broers is het niet moeilijk die nieuwe telg in het gezin te accepteren. Giovanni doet hen zelfs erg aan hun vader denken. Net zo rustig, én automonteur.

Ook Giovanni moest even wennen: in één klap kreeg hij er veel nieuwe broers en zussen bij. En dan blijkt een van hen ook nog een held in Suriname. Zodra Ramon die kant op gaat, staat het in alle kranten. Binnenkort wordt hij ingevlogen om te koken bij het vijftigjarige jubileum van het Torarica Hotel in Paramaribo. Dan zullen er posters op straat hangen en zal Giovanni zijn nieuwe en bekende broer op elke straathoek tegenkomen.

Ramon spreekt Giovanni nu regelmatig. “Ik geef hem geen geld maar laat zien hoe hij het zelf kan verdienen, hoe je een onderneming opbouwt. Hij zou eigenlijk een jaar naar Nederland moeten komen om de drive te voelen van zo’n snelle samenleving.”

Waren ze met hun vader meegegaan naar Suriname, dan had hun leven er nu heel anders uitgezien. De kansen waarvoor het gezin in Nederland bleef, hebben ze met beide handen aangegrepen. Ze werkten hard, maakten carrière.

Ramon wist al vroeg wat hij wilde. “Ik zag hoe mijn moeder mensen blij maakte door lekker voor ze te koken. Dat wilde ik ook.” Hij ging naar de koksschool en kwam in de horeca terecht. Dat was een desillusie. “Koks staan achter een muur hun ding te doen zonder contact met hun publiek.” Hij wilde terug naar zijn oorspronkelijke idee, de liefde voor eten overbrengen op anderen. Daarin slaagde hij met kookcolumns, kookboeken en televisie-optredens. Op 1 augustus opent hij in Maarssen voor de tweede keer een pop-up-restaurant: Restaurant Voor een maand, waar hij samen met gasten tussen en met het publiek kookt. Kortom: Ramon Beuk volgt zijn passie meer dan ooit tevoren.

Imro had iets meer moeite zijn weg te vinden. Na een opleiding werktuigbouwkunde werkte hij in het bedrijfsleven. Daar zag hij hoe jonge mensen alleen maar bezig waren met meer en meer geld verdienen en met sparen voor hun pensioen, zonder nu van het leven te genieten.

Hij belde broertje Ramon voor advies. “Wat vind je echt leuk om te doen?” vroeg die. Sporten, was het antwoord. In zijn vrije tijd trainde Imro veel, en hij gaf les in kickboksen. Zo werd sport zijn uitgangspunt, en nu verdient hij er zijn brood mee. Op tv begeleidde hij mensen bij het behalen van hun sportdoelen, nu doet hij dat ook in zijn eigen bedrijf, Balance Personal Training te Zeist. En zo zijn de broertjes Beuk, na meer dan dertig jaar, in zekere zin toch in het voetspoor van de vader getreden die ver weg woonde. Ze zíjn iemand, en ze zijn goed in wat ze doen. En die vervelende Hollandse kou? Die nemen ze op de koop toe.

Bron: HP De Tijd 2 juli 2012

Geplaatst op 04-07-2012 | » Meer nieuws

Nieuws

Evenementen

  • Pascal Jalhay in Restaurant Mooi Zeist
    » Lees verder

  • De Sate en Rose Party van de Selected Indonesian Restaurants (SIR)
    » Lees verder

The Lardon Company B.V.
Postbus 1088, 3700 BB ZEIST
T: 06 20279690
E: info@lardoncompany.nl